Yukon's Gold Chesapeake Bay Retriever

   
RASSTANDAARD CHESAPEAKE BAY RETRIEVER

Land van herkomst: Verenigde Staten FCI nummer: 263

Rasgroep 8: Apporteer- en waterhonden Sectie 1: Retrievers

Hoofd Schedel: breed en rond met matige stop, neus middelmatig, korte snuit die versmalt maar niet scherp uitloopt. Lippen dun, geen hanglippen. Oren klein, goed hoog aan het hoofd aangezet, los neerhangend en met middelmatige lel.

Ogen middelmatig groot, ooghoeken circa 8 cm uit elkaar. De kleur van de ogen is geelachtig of amber. Een schaargebit wordt geprefereerd. Een tanggebit is toegestaan.

Hals: Van middelmatige lengte, maakt een gespierde indruk en neemt naar de schouders in dikte toe.

Schouders, borst en romp: Schouders schuin en moeten volle vrijheid van beweging hebben met volop kracht, zonder enige belemmering. Borst sterk, diep en breed. Ribben gewelfd, zonder overdrijving. Romp van middelmatige lengte, noch kort en gedrongen, noch met karperrug, maar eerder bijna hol, de flanken goed opgetrokken.

Achterhand en knieën: Achterhand moet even hoog zijn als of een ietsje hoger dan de schouders. Deze moet zeker even veel kracht tonen als de voorhand. Er mag geen zweem van zwakte, hetzij in de voorhand hetzij in de achterhand, bestaan. De achterhand moet bijzonder krachtig zijn om de stuwkracht voor het zwemmen te leveren. Rug moet kort, sterk in zijn verbindingen en krachtig zijn. Een goede achterhand is belangrijk. aanpassen of verwijderen met je Novosite pakket.

Benen, ellebogen, sprongen en voeten: De benen moeten middelmatig lang zijn en recht, goed voorzien van beenderen en spieren, met goede grote hazenvoeten, flink van zwemvliezen voorzien. De tenen flink rond en gesloten, middenvoeten even gebogen en zowel middenvoeten als sprongen van middelmatige lengte- hoe rechter de benen zijn, hoe beter.
 
Staart: De staart moet middelmatig lang zijn. De lengte varieert van 30,5- 38 cm bij reuen tot 28- 35,5 cm bij teven; middelmatig zwaar bij het begin; matige bevedering van de staart is geoorloofd. De staart moet recht of iets gebogen gedragen worden. De staart mag niet over de rug krullen of zijwaarts gedraaid zijn.
 
Haar: Het haar moet kort en dik zijn, nergens langer dan 2,5- 3,75 cm met dicht, fijn, wollen onderhaar. Het haar op snuit en benen moet zeer kort en recht zijn en er mag geen sprake van krullen zijn.
 
Kleur: Elke kleur tussen donkerbruin en flets bruin of de kleur van dood gras. Onder dood gras moeten alle soorten van dood gras worden verstaan, van roodbruin (tan) af tot doffe strokleur toe. Witte vlek op tenen en borst is toegestaan, maar hoe kleiner de plek is, hoe beter; streng eenkleurig geniet de voorkeur.
 
Gewicht: Reuen 29,5 tot 36,5 kg / Teven 25 tot 32 kg
 
Hoogte Reuen 58,5 tot 66 cm / Teven 53 tot 61 cm
 
Evenredig en adel: De Ches moet een blijmoedige en vrolijke aard bezitten en een schrandere uitdrukking, met de algemene belijning die indrukwekkend is en een goede werker toont. De hond moet goed evenredig zijn, een hond met goede vacht en goed evenredig in andere punten gaat boven één die in sommige punten schittert, maar in andere faalt. De hoedanigheid van het haar is zeer belangrijk, daar de hond wordt gebruikt voor de jacht onder allerlei soorten slechte weersgesteldheid, vaak in ijs en sneeuw. De olie in het harde boven- en het wollige onderhaar is van bijzondere waarde en belet dat het koude water tot de huid van de hond doordringt en helpt bij het vlugge drogen. De vacht van een Ches moet het water op dezelfde wijze afhouden als de veren van een eend dat doen. Wanneer hij uit het water komt en zich afschudt, moet daarna de vacht in het geheel geen water meer houden, slechts vochtig zijn. Kleur en haar zijn buitengewoon belangrijk, daar de hond voor de eendenjacht wordt gebruikt. De kleur moet zo veel mogelijk met de omgeving overeenstemmen en dit, mèt het feit dat de honden blootgesteld zijn aan alle soorten ongunstige weersomstandigheden en vaak in ijs en sneeuw werken, maakt dat aan de kleur en de hoedanigheid van het haar alle aandacht moet worden geschonken bij het keuren. Op karakter, moed, lust in het werk, levendigheid, reukvermogen, schranderheid, graag te water gaan, algemene waarde, en voor alles op aanleg, moet bij het kiezen en fokken van de Ches in de eerste plaats worden gelet.
 
Puntenschaal:
 
Hoofd met inbegrip van lippen, oren en ogen       16
 
Hals                                                                 4
 
Schouders en romp                                          12
 
Achterhand en knieën                                       12
 
Ellebogen, benen en voeten                              12
 
Kleur                                                                4
 
Staart                                                             10
 
Vacht                                                              18
 
Algemene bouw                                               12
 
Totaal                                                             100
 
N.B.: De waarde van vacht en algemene evenredigheid gaat boven welke puntenlijst ook, die men zou kunnen opmaken.
 
Benaderde maten Lengte hoofd, neus tot achterhoofd, ruim 24- 25,4 cm
Omtrek bij de oren 50,8- 53,3 cm
Snuit onder de ogen 25,4- 26,7 cm
Lengte van de oren 11,5- 12,7 cm
Afstand tussen de ogen 6,3- 7 cm
Omtrek hals dicht bij de schouder 50,8-bijna 56 cm
Omtrek borst bij ellebogen bijna 89-bijna 91,5 cm
Omtrek bij de lendenen 61- 63,5 cm
Lengte van achterhoofd tot staartaanzet 86,3- bijna 89 cm
Omtrek voorarmen bij schouders 25,4- 26,7 cm
Omtrek dij 48,25- 50,8 cm
Van het begin van oor tot begin van oor over de schedel 12,7- 15,25 cm
Achterhoofd tot top schouderbladen bijna 23- ruim 24 cm
Van elleboog tot elleboog over de schouders 63,5- 66 cm
 
Niet officiële aantekeningen in de uitgave van de American Chesapeake Club Sprongen moeten goed laag zijn en middelmatig gebogen.
 
Steile benen of benen die koehakkig zijn, zijn verkeerd. Kleuren tussen donkerbruin en dood gras. Donkerbruin en de kleur van dood gras hebben gelijke waarde.
 
Goed lopen is een eerste vereiste.
 
Gebreken die van prijzen uitsluiten
 
Zwart
Wit op enig deel van het lichaam, behalve de borst en/of plekken op de tenen
Bevedering langer dan nagenoeg 4,5 cm op staart en achterbenen
Hubertusklauwen aan de achterpoten
Vacht gekruld of vacht die neiging tot krullen vertoont over het gehele lichaam
Onder- of bovenvoorbijten
Honden die geen prijs waard zijn of in raskenmerken te kort schieten
 
Fouten
 
Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet.
 
Opmerking
 
De reuen moeten twee normaal ontwikkelde, volledig in het scrotum ingedaalde testikels hebben.